Milan's recensies

   

Reis naar het einde van de nacht van Céline

   

De verwachtingen waren wel erg hoog gespannen, een van de topstukken uit de literatuurgeschiedenis… ’t is me wat! Toch doet het me wel iets. ’t Lijkt wel of de helaasheid der dingen de expliciete ’t opgedaan heeft door ’t lezen van deze roman, deze reis naar het einde van de nacht. Hij neemt geen blad voor de mond, deze hoofdpersoon, Ferdinand: de zwaarte van het leven is potdomme in alle kleuren en geuren beschreven, vanuit de ik-vorm via een hoofdpersoon die arts is zonder de nobele roeping van ’t vak, of in ieder geval raakt ie dat meteen kwijt wanneer de oorlog uitbreekt, een oorlog waar hij als enige van alle mannen liever voor zou wegvluchten, maar zich toch spontaan aanmeld, in een stompzinnige opwelling, dat was ’t, Meer niet! Eigenlijk leer je de persoon maar langzaam kennen, als dat al kan, want als arts/psychiater blijkt hij zelfs moeite te hebben om het karakter van een van zijn beste vrienden, die ’t uiteindelijk begaf voor zijn ogen, en op het moment dat ’t hem geen moer meer kon schelen, of in ieder geval toen hij het medelijden niet meer op kon brengen, te beschrijven in meer dan twee zinnen; ’t lukte hem goddomme gewoonweg niet. En wat zou ’t ook. ’t Is maar beter dat niemand er ooit nog over sprak. 

In Publieke vijanden schrijft Michel Houellebecq over Céline onder andere het volgende: 
‘…wat niet wegneemt dat Céline, een goede romancier zonder genie, uitblinkt in het pamflet, het genre dat het beste past bij zijn kwaadaardige, haatdragende inborst, en dat ‘de reis naar het einde van de nacht’ net als sommige bladzijden van zijn antisemitische teksten gruwelijk komisch is, van een volstrekt onweerstaanbare snibbigheid. Ik maak geen enkele kans om hem daarin te evenaren, daarvoor ben ik niet driftig genoeg, ik geef een steek en dan bedaart het weer, in wezen kunnen mijn tegenstanders (welke tegenstanders?) me geen ene moer schelen. Haat en minachting, dat begin ik steeds duidelijker te beseffen, zijn fundamenteel onverenigbaar.’ 
 
     

Een tijd voor empathie van Frans de Waal

   

Misschien wel het beste populair wetenschappelijke boek van Frans de Waal, waarin hij een in de dierenwereld gefundeerde morele ontwikkeling en empathie toont, maar ook de minder mooie kanten ervan niet schuwt te vermelden, en hierbij de vergelijking met wat de mens aan kan richten ook niet ongenoemd laat (dit blijkt velen malen erger te zijn dan de dieren, vreemd genoeg). In dit boek pleit hij tevens, via een reeks voorbeelden uit de natuur en zijn visie op het geheel, voor meer empathie buiten onze groep, buiten ons eerste interessegebied. In mijn optiek een neo-stoïcijnse visie verenigbaar met die van Martha C. Nussbaum, beschreven in haar boek 'oplevingen van het denken'. 

Een mooie quote uit het boek: "Het grootste probleem van dit moment, nu zoveel verschillende groepen op een overvolle planeet in elkaars nabijheid leven, is overmatige loyaliteit aan de eigen natie, groep of religie (.......) een gebrek aan empathie.” Frans de Waal.

NB: dit boek is mede een inspiratiebron geweest voor deel 3 van DPC: Langzaam leven? (solide glas).

 
     

De Shockdoctrine van Noami Klein

   

Noami Klein behoort tot de top van invloedrijke intellectuelen, en dit boek heeft daar zeker aan bijgedragen. In De shockdoctrine beargumenteert ze dat de neoliberale school van de econoom Milton Friedman aan de basis heeft gestaan van een nieuwe manier van macht: het creëren en gebruik maken van chaos door en na rampen om de democratische waarden van staten te ondermijnen en de weg vrij te maken voor de multinationals om hun macht te vergroten. Na de ramp en chaos, denk aan de tsunami, de orkaan Katrina maar ook aan gemaakte rampen zoals de Irak oorlog kan het bedrijfsleven zijn slag slaan en overgaan tot privatisering en het genereren van nieuw kapitaal.

Persoonlijk heb ik het denk ik zo'n twee a drie jaar geleden gelezen en ik vond haar argumentatie en legio voorbeelden interessant en uitgebreid, maar heb het, zoals ik altijd non-fictie lees, wel kritisch doorgenomen. Ze gaat erg ver door in deze centrale visie en mist daarmee wel nuance in mijn optiek, maar als inzicht, al ben je het niet helemaal met haar eens, is het erg knap neergezet en uitgewerkt. Met soms schokkende voorbeelden.

Deel 1 van DPC, maar ook andere gedeelten van de roman, vertonen overeenkomst met haar visie.

 
     

De kaart en het gebied van Michel Houellebecq

   
De sfeer die de roman oproept deed mij enigszins denken aan de roman Norwegian Wood, maar dan wat meer sinister, wat zwaarder. Het gaat uiteindelijk ook vooral over de betrekkelijke zinloosheid en vergankelijkheid, ondanks of misschien wel dankzij de roem die veelal per ongeluk aan komt waaien, of misschien wel niet per abuis maar juist omdat de persoon vanuit zijn eenzaamheid of volstrekte eigenzinnigheid, die in het dagelijks leven zorgt voor een vreemdsoortig, niet-conventioneel sociaal leven – of beter gezegd praktisch zonder een sociaal leven – maar leidt tot bijzondere kunst, waarbij de markt grillig en willekeurig is doch soms ineens kan leiden tot ‘succes’ in het ‘vakgebied’. Niet elke kunstenaar kan dit succes aan, zo blijkt. Wanneer het detectivewerk er aan te pas komt wordt de roman, in tegenstelling tot ‘de mogelijkheid van een eiland’, waar dit onderdeel minder geslaagd is, anders en in bepaalde opzichten nog sterker. Al met al een bijzondere en geslaagde roman, maar de sfeer zal niet iedereen kunnen bekoren, iets waar Houellebecq zijn boeken natuurlijk allemaal patent op hebben. Dit keer werkt het echter anders, minder direct, subtieler. Overigens is de kunst op sommige punten subliem beschreven (en mogelijk gedeeltelijk zelf verzonnen). 

Nb: de mogelijkheid van een eiland blijft voor mij, en ik meen ook voor de schrijver zelf, zijn magnum opus.
 
     
Grensgebieden van het recht van Martha C. Nussbaum    
Zeer goed leesbaar, genuanceerd filosofisch onderzoek naar drie grensgebieden van het recht. Nussbaum gebruikt deze gebieden om haar eigen vermogensbenadering te onderwerpen aan een extra test en om deze uit te breiden. Dit levert geen kant-en-klare antwoorden en oplossingen op, maar wel veel stof tot nadenken voor in mijn optiek beleidsmakers en politici. 

Een van de drie gebieden betreft dierenrechten. Voor de deel 3 van DPC (langzaam leven?) heb ik dit boek dan ook mede gebruikt als research werk.
 
     

Animal Rights van Mark Rowlands

Gortdroog (u bent gewaarschuwd) maar bij vlagen overtuigend filosofisch betoog waarin de auteur probeert om alle gangbare filosofiestromen over ethiek onder handen te nemen met als doel om op te komen tot een grondslag voor dierenrechten, nadat Descartes als vader van de westerse filosofie zichzelf ervan overtuigd had dat dieren niet meer dan ‘automata’ zijn: slechts volledig geconditioneerd reagerend op prikkels uit de omgeving, en zijn gedachtegang er volgens Mark Rowlands schijnbaar voor heeft gezorgd dat binnen de westerse filosofie een soort blinde vlek voor niet-menselijke dieren (een term die ik nu even van Nussbaum overneem uit haar boek Grensgebieden van het recht) is ontstaan.

Dit doet hij allereerst door een gedachte experiment op te werpen: een buitenaards ras, veel intelligenter dan wij mensen, komt naar de aarde en besluit om ons te kweken voor voedsel, om ons te gebruiken als productiemiddel, omdat we zo lekker smaken en zoveel bouwstoffen leveren. Bouwstoffen die ze overigens ook ergens anders vandaan kunnen halen. In gevecht zijn we machteloos tegen hun wapens en kracht, waardoor er niets anders rest dan hen woordelijk over te halen ons niet op te eten. Welke ethisch filosofische redenering zouden we hanteren om hen hiervan te overtuigen, om hen te bewegen ons niet op te overheersen en te gebruiken als voedselbron? 

Met name het beantwoorden van deze vraag, zijn reactie op de contractheorie van Rawls en het hoofdstuk over de belevingswereld (animal minds) van dieren vond ik overtuigend en nuttig om te lezen. 

In tegenstelling tot dit boek is het boek Grensgebieden van het recht van Nussbaum praktischer en ruimer opgezet, maar bij haar blijven weer meer vragen openstaan (die ingevuld kunnen worden door politici en beleidsmakers). Dit boek is meer hard-filosofisch, alhoewel filosofie natuurlijk geen harde wetenschap kan zijn omdat het demarcatiecriterium ontbreekt. 

 
     

De mogelijkheid van een eiland van Michel Houellebecq

In 'de mogelijkheid van een eiland' worden hoofdstukken van gekloonde nazaten van Daniel (genummerd Daniel 24.1 en 25.1 of iets in die geest) afgewisseld met het heden waarin deze kloonbeweging als mainstream 'religie' gestalte krijgt. De kerken staan leeg en kunnen gemakkelijk worden opgekocht..:) Zo wordt het verschil tussen de steeds verder ontwrichte en niet meer werkbare huidige tijd waarin de mens worstelt met zichzelf afgewisseld met een steriele omgeving, beheerst door de Opperzuster, waarin de gekloonde mens zich niet meer laat verleiden tot simpele en te emotionele hedonistische zaken, wetende dat dit uiteindelijk alleen maar ongeluk zal brengen. De vraag die dit oproept is: is deze gekloonde, rationeel intelligente, wijze maar ook eenzame mens die zichzelf en zijn voorgangers bestudeerd om ervan te leren wel beter af? Enkelen besluiten om zich los te maken van de Opperzuster en hun veilige, voornamelijk afgesloten leven, waarin contact plaatsvindt via computeradressen, te verlaten. Dat zal dan definitief zijn en zoals uit het laatste gedeelte van het boek blijkt, anarchistischer en gevaarlijker dan ooit.

 
     

In de ban van de tegenstander van Hans Keilson

'In de ban van de tegenstander is een meesterwerk, en Hans Keilson een genie' - The New York Times Book Review

Het boek is een worsteling van de hoofdpersoon met de gebeurtenissen om hem heen en hoe deze te interpreteren. Is het zijn lot om, net als de andere individuen waar B. zijn pijlen op heeft gericht, de wapens ter hand te nemen en haar te doden voordat hijzelf gedood wordt door haar groep volgelingen? Of is het zijn lot om te blijven proberen een mens in B. te zien, een mens uiteindelijk gelijk aan hemzelf. Is het het lot om tolerant te blijven, te trachten B. te doorgronden en hem hiermee te confronteren, of om haar volgelingen en handlangers, die vallen voor zijn allesvernietigende stemgeluid en retoriek, hiermee te confronteren en te overtuigen, met redelijkheid en eindeloos veel begrip. Of dient hij meer te zijn als de wolven, die op hun intuïtie afgaan en na het horen van de redevoering van B., een allesvernietigende stem voor hem als individu, het gesel Gods zoals zijn lotgenoten het noemen, aan te vallen en te doden voor het te laat is. De hoofdpersoon blijft geloven in zijn positieve beeld van God, en niet, zoals hij het ziet, in de ongenadige God van zijn medestanders, blijft geloven in redelijkheid en tolerantie, in dat B. uiteindelijk, als het er echt op aan komt, nee zal zeggen en niet tot de vernietiging van hem als individu over zal gaan.

Bovenstaande recensie schreef ik voor het lezen van de laatste 30 a 40 bladzijden. Nu ik deze heb gelezen kan ik het alleen maar eens zijn met de recensie in de NYT: een geniaal boek.

Overigens deed het einde van het boek me ook aan 'de teerling is geworpen' van Sartre denken en aan een beroemd stukje uit de Bagavatgita. 

 
     

De filosoof en de wolf van Mark Rowlands

Een prachtige autobiografische vertelling over hoe de schrijver het leven met zijn, sinds enkele jaren overleden, wolf (96 procent wolf, 4 procent hond) heeft beleefd. Bovendien gebruikt hij zijn ervaringen om als (beroeps)filosoof en als honden, wolven en dierenliefhebber te reflecteren over de zin van het leven, liefde, geluk en de tijd, bezien vanuit ons mens-zijn.

Een ‘dit moet je lezen’ boek voor iedereen die van honden houdt en interesse heeft in diepere inzichten.

De auteur verwoord een interessante, en voor sommigen waarschijnlijk zeer bijzondere, kijk op het leven van mens en dier, de verschillen en overeenkomsten, het mens-zijn en de voor- en nadelen van het hebben van een ‘hogere’ vorm van intelligentie in vergelijking met bijvoorbeeld de wolf. Het boek leest vlot weg, is boeiend geschreven en staat vol met persoonlijke anekdotes en belevenissen van de auteur met zijn wolf Brenin. Hierbij beschikt de auteur over een gezonde dosis zelfkritiek en zelfreflectie en schroomt hij niet om de wat minder rooskleurige kanten van zijn eigen gedrag bloot te geven. Voor mij persoonlijk is hierin ook het een en ander herkenbaar, en ook in zijn filosofie over dieren en de relatie met zijn wolf (hond) kan ik me prima inleven, alhoewel mijn 13 jaar oude Stabij nog een fijn leven heeft op dit moment van schrijven.

 
     
Publieke vijanden van Houellebecq en Levy

Een boeiende uitwisseling van brieven tussen deze twee geliefde en gehate intellectuelen, alhoewel Houellebecq die titel waarschijnlijk eerder veracht. Ook een interessant boek wanneer je interesse hebt in het werk van deze schrijvers en/of in de schrijvers zelf: tegen de achtergrond van het filosofische en maatschappelijke debat wordt vanzelf inzicht in hun beweegredenen, manier van werken en de daaromheen ontstane problemen (de titel is niet voor niets 'publieke vijanden') verkregen. Het narcisme wat bij autobiografieën nu eenmaal altijd onderhuids of soms ook gewoon expliciet naar voren komt is hier ook aanwezig. Zoals verwacht meer bij Levy dan bij Houllebecq, of in ieder geval op een andere manier. 

Kortom: een openhartige, soms aangrijpende en dan weer wat tenenkrommend narcistische uitwisseling van brieven waarin een paar zeer interessante maatschappelijk-filosofische onderwerpen aan bod komen, soms overschaduwd door dagelijkse problemen. 

Dit boek is een inspiratiebron geweest voor deel 1 van DPC, waarin twee van de drie hoofdpersonen zich sterk identificeren met deze twee schrijvers.

 
     
Troje van Rob van Essen

Vermakelijk en door de sobere, ingehouden schrijfstijl ook een bijzonder boek over een jonge barman in Amsterdam centrum die een Iers meisje ontmoet. Hij krijgt een platonische relatie met haar vol misverstanden en langs elkaar heen leven. Een boek over onvervuld verlangen en over het mislopen van relaties, over fantasie versus de werkelijkheid van vooral de melancholiek ingestelde mens die soms meer droomt dan leeft.
 
     

The white tiger van Aravind Adiga

Zeer vlot leesbaar en intelligent geschreven boek over, onderhuids, het is tenslotte fictie, de opkomende economie in India waarbij uit de belevenissen van de hoofdpersoon blijkt dat dit geen garantie is voor een eerlijke verdeling van de welvaart. De hoofdpersoon dient zijn hoofd boven water te houden en doet dit op zijn eigen, bijzondere manier en met een soms hard realistische kijk op de samenleving en de onderlinge verhoudingen: De tegenstelling tussen arm en rijk, de stap naar rijkdom is in zijn ogen niet mogelijk zonder daarvoor een prijs te betalen.

Nb: deel 2 van DPC borduurt gedeeltelijk voort op deze inzichten. En met een andere uitkomst.

 
     

De wereld als markt en strijd van Michel Houellebecq

Een bij vlagen geniaal maar ook hard en confronterend boek over een, zoals het in het boek ook ergens expliciet wordt gezegd, parallel en los van elkaar functionerende wereld van markt en strijd op economisch gebied en daarnaast op seksueel gebied. De titel lijkt mij te verwijzen naar het hoofdwerk van Schopenhauer.

De hoofdpersoon werkt als ICT medewerker en geeft samen met een collega cursussen door heel Frankrijk. Hij probeert onderweg zijn collega, een zo lelijke jongeman dat geen meisje hem ziet staan waardoor hij nog steeds maagd is, aan een vrouw te helpen. Waar deze lelijke collega op seksueel gebied de concurrentie niet aankan geldt voor een zeer mooie en bovendien aardige andere collega het tegenovergestelde: door zijn aardige en mooie voorkomen heeft hij het moeilijk om de economische strijd te winnen, is hij gedwongen om die steeds opnieuw weer aan te gaan. Hier zie je overigens toch een interactie met de twee parallelle werelden.

Uiteindelijk lijkt er volgens Michel, de hoofdpersoon, slechts één uitweg mogelijk voor zijn lelijke collega: een mes.

Het thema van dit boek komt ook aan de orde in deel 1 van DPC, maar met een andere uitkomst.